De waarheid op een waagschaal

Van detail tot overview, mijn beeld van de wereld



woensdag 3 augustus 2011

De fietser













Vreemd fenomeen is dat toch. Je hebt fietsers en je hebt wandelaars. Ik schaar mij bij de laatsten. En toch maak ik af en toe een uitstapje. Fietsers kunnen overtuigend zijn. Mijn vader is daar één van. En zo stapte ik onvoorbereid een paar weken geleden ineens op de fiets om samen van Amsterdam via de Radweg R1 naar Berlijn te gaan.

Wandelen doe ik al sinds ik kan lopen. Vanaf de dia’s van familie van de bergketens in de pyreneeën  raakte ik aan dit landschap verslaafd. Wandelen is een middel om tot het niets door te dringen. En juist daardoor tot alles wat voor anderen verborgen blijft. Niemand komt zover als de wandelaar. Daar waar de paden ophouden gaat de wandeling voort. Van a naar b wel te verstaan. Want daarin ligt voor de echte wandelaar de uitdaging. We hebben een doel, willen onszelf testen en grenzen verleggen. En met het overstijgen van die grenzen nieuwe oorden ontdekken. Niet zozeer voor de mensheid maar vooral voor onszelf.

Nergens voel ik me vrijer dan met zware rugzak dwalen door niemandsland. Of nu ja, dwalen over een in kaart gebracht pad. De overweldiging om na lang zwoegen op de top te staan. Stap voor stap de pas dichterbij te zien komen en vervolgens op de rand van een nieuwe wereld te staan. De adrenaline stroomt en blijft stromen, de hele route lang.


Maar wat heeft dit met fietsen te maken? De parallel zit in de uitdaging. Die hebben fietsers en wandelaars gemeen. Ook fietsers staan liefst maanden tevoren al gebogen over een kaart. Analyseren van routes, gebieden en nieuw te ontdekken werelden. Wat wordt het startpunt en waar leidt de tocht naartoe. Fietsen is een vak apart. Dat kan niet iedereen. Dat heb ik de eerste dagen wel weer ervaren door onvoorbereid op pad te gaan.

Je lichaam moet wennen aan het zadel, je voeten aan de trappers, je benen aan de kracht waarmee de pedalen rond moeten blijven gaan. Waar bij wandelen de wind vooral langs je lijkt te gaan, blaast deze je je op de fiets met kracht terug. Van a naar a lijkt soms eerder op te gaan. Vergroeit met mijn rugzak is mijn systeem tijdens het fietsen danig in de war. Maar na de eerste dagen is dit aardig op mijn fietstassen geprojecteerd.

Fotograferen blijkt lastiger, de camera hanteren met één hand om geen vaart te minderen blijkt soms haast een uitdaging teveel. Maar wat in mijn hoofd zit gaat er niet zo snel uit. Fietsend kijken door de zoeker is voor mij een geheel nieuw fenomeen. En op hobbelige wegen fietsend dan toch die scherpe foto creëren ontneemt mij meermaals de adem. Alsof het binnenhouden van die lucht de camera ook maar iets stabiliseert. Lang leve twee vrije handen tijdens het wandelen denk ik keer op keer. En dus stop ik tijdens het fietsen ook maar wat meer.

Het fenomeen van vrijheid hangt vanaf de eerste kilometers in de lucht. Mijn fiets neemt het gevoel van mijn rugzak over. De handvaten stevig in mijn handen, voel ik dat ik op weg naar mijn niemandsland ga. En ook al is de bestemming dit keer wat dichterbij dan ik gewend ben, de uitdaging om er fietsend te komen maakt de wens om van a naar b te komen meer dan waar.

Ik ben weer op pad en hoewel Nederland en Duitsland bekend lijken, heb ik zelden zo’n nieuwe omgeving gezien. Met andere ogen, een nieuwe route en een open blik snap ik ineens wat ook fietsen zo bijzonder maakt. De fietser blijft de fietser, de wandelaar wandelaar. Maar in de beleving van hun omgeving raken ze elkaar. Ik ben een wandelaar die af en toe een fiets aanraakt. En dat maakt de ervaring voor mij bijzonder. Het één kan het ander niet vervangen. Maar als alternatief is het minstens zo de moeite waard.